De droom sterft niet
MARCEL VAN DAM − 29/03/12, 00:00
Jongstleden zaterdag werd mijn oudste vriend, Henk Mali, begraven. We kenden elkaar van de middelbare school en raakten bevriend op de katholieke studentenvereniging Veritas in Utrecht. Tot aan zijn dood, bijna zestig jaar later, deelden we gedachten en gevoelens over ons doen en laten.
Het waren turbulente jaren. Het studentenleven, eind jaren vijftig en beginjaren zestig, stond in het teken van de komende maatschappelijke revolte. We hadden nog tijd ons naast de studie te bekwamen in alles wat mogelijk was en alles wat god verboden had. De kerk die niet teloor kon gaan, was er toch aan begonnen. En het afzweren van de waarheid die te zwaar beladen bleek om te kunnen dragen, ging knarsend maar toch nog redelijk gesmeerd.
Alles leek klaar om ook de samenleving eens goed aan te pakken. Dat leek aardig te lukken. Henk had zich voorgenomen de jeugd in contact te brengen met de cultuur. Hij werd eerst in Venlo en daarna in Rotterdam (1972) directeur van een centrum dat creatieve opleidingen verzorgde. Ik was via de Wiardi Beckmanstichting bij de VARA terechtgekomen als ombudsman en werd in 1973 staatssecretaris van Volkshuisvesting.
Als we elkaar spraken, was dat altijd in een sfeer van hoop en verwachting. Na 1980 begon daar de klad in te komen. Ik heb later vaak met mijn vriend teruggekeken om te ontdekken waar en hoe het nu precies is misgegaan. Niet uit nostalgie, maar uit verlangen naar een mooiere toekomst - een verlangen dat ons nooit heeft verlaten, maar dat tot onze verbijstering in het grootste deel van de samenleving leek te verdampen.
Iedereen, ook ik, had de neiging die omslag toe te schrijven aan de diepe economische crisis van eind jaren zeventig, beginjaren tachtig. Later realiseerden we ons dat er veel meer aan de hand was. Wat, dat is in 2000 uitmuntend beschreven in het magistrale boek Bowling alone van de Amerikaan Robert Putnam. Op grond van een vloed aan onderzoek komt hij tot de conclusie: 'Zonder het in de gaten te hebben zijn we in het laatste derde deel van de (vorige) eeuw uit elkaar getrokken en uit de gemeenschappen waarin we leefden.'
Bij ons heeft zich hetzelfde afgespeeld. De participatie van de burgers nam over een breed spectrum van het maatschappelijk leven af. Kerken, vakbonden, omroepen, politieke partijen etc. zagen hun ledental met honderdduizenden afnemen. Het individu was aan een opmars begonnen, veelal ten koste van het samenleven. Tegenwoordig word je standaard als een soort fossiel afgeschilderd als je beweert dat sommige dingen vroeger beter waren. Welnu, wie niet wil zien dat de samenleving enorm is verarmd, gaat stekeblind door het leven.
Een oorzaak komt nooit alleen, maar als belangrijkste ziet Putnam - en ik deel die mening - de opmars van de televisie. Mensen geven niet graag toe dat het samen tv kijken het enige is wat ze nog samen doen. In ieder geval is evident dat de tijd die naar tv wordt gekeken niet aan de samenleving kan worden besteed.
Henk Mali trok zich niets van die moderniteit aan. Ook na zijn pensionering bleef of werd hij, onbetaald, lid van talloze besturen en commissies die cultuur onder de mensen wilden brengen. Hij kostte hem jaren om de uitgave van de verzamelde brieven van Erasmus mogelijk te maken, de 'Newton' van de Humaniora. De man die precies 500 jaar geleden in De lof der zotheid de spot dreef met het najagen van het eigenbelang en de kortzichtigheid waarmee mensen elkaar met vooroordelen de maat nemen. Lezen, Wilders!
Henk Mali ging ook met een prikstok het restafval in zijn straat te lijf, niet gedwongen om een uitkering te 'verdienen', maar vrijwillig om de straat schoon te maken. En wie van ons neemt, zoals hij regelmatig deed, mensen die in de put zitten mee op een lange wandeling?
Ik kreeg de kans de samenleving te dienen in hoge bestuurlijke functies. Dat wilde ik graag. Toen mijn wens werd vervuld, werd ik er goed voor betaald, had ik een auto met chauffeur, werd ik overal met egards behandeld en ontving ik hoge onderscheidingen. Maar de samenleving is veel beter bediend met bijdragen als die van mijn vriend.
Wie nog kan dromen van een betere toekomst, droom dan van een samenleving waarin de helft van de burgers een kwart van de betrokkenheid van Henk Mali heeft.
Marcel van Dam is socioloog
Henk Mali was de eerste voorzitter van het bestuur Letteren & Samenleving (oprichting: augustus 2005) en bleef bestuurslid tot zijn overlijden